<< Terug naar het nieuwsoverzicht

Verslag van de kortocht op de Westerschelde, 3 juli 2004

Zaterdag 3 juli. Na vol ongeloof mijn wekker te hebben aangestaard (ik mag dan wel tot de ‘jeugdigen’ onder de WPZ-ers behoren, maar half 5 blijft erg vroeg) stap ik toch goedgezind mijn bed uit. Want na enkele onstuimige dagen lijken de weergoden ons op deze vroege ochtend goed gezind. Er staat een stevig briesje, maar bij het bereiken van de kade van Zierikzee, waar de mosselkotter ZZ-10 op ons ligt te wachten, wint de zon het van de regenwolken. De kajuit zit al aardig vol met mensen die allemaal om dezelfde reden vroeg hun bed zijn uitgestapt: het korren naar fossielen op de Westerschelde. Naast de jaarlijkse Kor en Bottocht op de Oosterschelde vaart de ZZ10 van de familie Schot dit keer uit naar de Westerschelde. Deze trip naar de Westerschelde is een samenwerking van het Zeeuws Genootschap Middelburg en Naturalis en heeft als doel het vinden van resten van Miocene en Pliocene walvissen en de Weichselien fauna. De exacte locatie die men voor ogen heeft is nabij Terneuzen, waarvan men weet dat daar fossielrijke sedimenten uit het Tertiair en Pleistoceen aan het oppervlak komen.

Exact om 7 uur worden de trossen losgegooid en wordt koers gezet richting open water. Nadat iedereen in de kajuit voorzien is van een goed bakkie koffie, worden er broodjes paling rondgedeeld. Ondergetekende, altijd in voor een snack, moet na enkele happen toch toegeven dat hiervoor een echte zeemansmaag nodig is. Ondertussen passeren we de Zeelandbrug en varen richting Hansweert om de tweede lichting passagiers op te pikken. Een aantal mensen waagt zich op het dek van de kotter om te genieten van de wind, het water en de zon. Helaas resulteert dit voor sommigen in een soms wel erg nat pak, maar dat mag de pret niet drukken. Na Hansweert gaat het richting Terneuzen; hier gaat het dan echt gebeuren. De spanning stijgt als iedereen, gewapend met mutsen, regenjacks en laarzen, naar buiten gaat. Er klinkt geratel en aan beide zijden van het schip worden korren naar beneden gelaten die al snel de diepte in verdwijnen.

Na een kleine tien minuten worden ze weer naar boven gehaald en iedereen stort zich op de meegebrachte botten, stenen, schelpen en ongelukkige zeediertjes, hierbij alle adviezen van zowel de bemanning als John de Vos in de wind slaande.

Het schip draait en de korren worden weer te water gelaten voor een tweede trek. Ook hier wordt weer met spanning gewacht op wat er nu weer naar boven komt. Na vier trekken worden de eerste herkenbare fossielen gespot; waaronder 3 bulla’s, 2 wervels en 2 atlassen van baleinwalvissen. Dit blijkt een voorbode te zijn, want de resten van Mysticeti en Odonticeti, voornamelijk bulla’s (gehoorbeentjes) bleken talloos. Naast de diverse walvissen werden ook resten van zeekoeien (Sirenia) en zelfs een aantal fraaie haaientanden (Megalodon) gevonden.

Resten uit het Weichselien waren zeldzamer; slechts een aantal resten van de wolharige neushoorn, wolharige mammoet en een Pleistocene walrus werden gevonden. In totaal worden zo’n twintig trekken op deze plek uitgevoerd, wat zorgde voor een enorme hoop fossielen op het dek. Naast alle versteende non-food items van de zeebodem, kwamen ook nog wat eetbare voorwerpen omhoog die voor een niet te versmaden lunch zorgden. Na een aantal uur van succesvol korren bleek dat de korren weinig tot geen fossielen meer in hun netten vingen en werd besloten tot het einde van deze tocht. Er werd omgedraaid terug richting Zierikzee, waarbij een hoge waterstand en windkracht 7 voor nog wat spannende momentjes zorgden, vooral bij de eerder genoemde Zeelandbrug.

Deze kortocht op de Westerschelde bleek erg succesvol. Niet alleen wat betreft de hoeveelheid fossielen, maar zeker ook de fossielen zelf leverden nog al eens kreten van verrassing op. De vele fossielen zijn voorlopig geïdentificeerd en zullen te zijner tijd ter beschikking worden gesteld aan musea. De voorlopige conclusies van zijn onderzoek zijn (samengevat):


Dankzij de vrijgevigheid en het enthousiasme van de vissersfamilie Schot uit Zierikzee is deze voor de wetenschap belangrijke, en in de paleontologische wereld unieke, tocht mogelijk. Terwijl Nederland zich druk maakt om het afnemend economisch tij, waarbij zeker ook de mosselsector niet buiten schot blijft, laat de familie Schot zich niet weerhouden om de inmiddels meer dan vijftig jaar oude traditie voort te zetten. Hulde!


Hanneke Meijer
Met dank aan Klaas Post en Hansjorg Ahrens.

<< Terug naar het nieuwsoverzicht