<< Terug naar het nieuwsoverzicht
Dieren van de mammoetsteppe, een poster
EcoMare op Texel en Cerpolex/Mammuthus hebben een fraaie kleurenposter uitgebracht van de dieren van de Mammoetsteppe. Deze poster zal op de bijeenkomst van de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren op zaterdag 10 April 2004 worden gepresenteerd. Dan start ook de verkoop van deze poster waarvan de prijs € 2,50 (normaal € 4,50) zal zijn voor deelnemers aan de WPZ-bijeenkomst.
Op de a.s. bijeenkomst van de WPZ op 10 April a.s. zal door EcoMare op Texel een poster gepresenteerd worden over dieren van de Mammoetsteppe. Het betreft een uitgave van EcoMare en Cerpolex/Mammuthus. Op deze grote kleurenposter wordt een groot aantal dieren weergegeven die de Mammoetsteppe tijdens het Weichselien bevolkten. De tekeningen van deze ijstijddieren zijn vervaardigd door de tekenaar Fred Marschall te Amsterdam. Het onderschrift van deze poster, getiteld “Dieren van de mammoetsteppe” is in vier talen, Nederlands, Duits, Frans en Engels. Alle dieren hebben een nummer gekregen en in het onderschrift is naast de populaire naam, eveneens in vier talen, ook de wetenschappelijke naam aangeduid. Van vele dieren zijn zowel de mannelijke als de vrouwelijke dieren aangegeven. Ook bevat het onderschrift informatie over de grootte van de dieren. Zo kan in een oogopslag bijvoorbeeld het verschil in grootte van mannelijke en vrouwelijke dieren waargenomen worden.
Bij de poster wordt ook nog op een apart vel A4 de volgende tekst bijgeleverd:
Dieren van de mammoetsteppe
De dieren op deze
poster leefden in het Weichselien (spreek uit: wijgseliejen). Het Weichselien
is het laatste deel van het IJstijdvak. Het was in Noordwest-Europa veel
kouder en droger dan nu, en delen van Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika
waren bedekt met landijs, net als nu op Groenland en Antarctica. De Noordzee
bestond niet. Het hele stuk tussen Engeland en Denemarken was land! De zeespiegel
lag wereldwijd een stuk lager,soms wel honderd meter of meer! Er was weinig
bos, alleen langs de rivieren. De plantengroei bestond vooral uit hard, stug
gras. Af en toe joegen woeste stormen over het land, die het zand hoog deden
opwaaien. Het gebied strekte zich ongelooflijk ver uit, van Ierland in het
westen, via Siberië en Alaska tot westelijk Canada in het oosten, rondom
de Noordelijke IJszee. Dit hele gebied staat bekend als de mammoetsteppe.
De mammoetsteppe heeft een koud en droog klimaat gehad, en is niet te vergelijken
met een hedendaagse toendra. Een toendra is in de winter bedekt met een dikke
sneeuwlaag, en in de zomer ontdooit het bovenste deel. Het is er dan vochtig
en modderig. De mammoeten en de andere grote dieren zouden er niet eens kunnen
lopen!
Het is niet zeker of er Neandertalers op de mammoetsteppe hebben geleefd. Deze
mensen leefden in ieder geval wel in dezelfde periode in Midden- en Zuid-Europa.
Aan het eind van het Weichselien kwamen er wel moderne mensen voor. Deze jaagden
o.a. op rendieren.
Omstreeks 12.000 jaar geleden veranderde het klimaat drastisch. Het werd veel
warmer en vochtiger. Er ontstonden bossen en moerassen. De zeespiegel steeg.
De echte mammoetsteppe verdween en maakte plaats voor andere leefgebieden.
De dieren van de mammoetsteppe pasten zich aan, trokken zich terug naar het
hoge noorden, in de bergen of naar Centraal-Azië, of ze stierven uit.
Beschrijving van de soorten
1, 2 Wolharige
mammoet
Kenmerkend voor deze relatief kleine mammoetsoort zijn de spiraalvormige slagtanden.
Ze kwamen talrijk voor in kudden. De Noordzee is een van de rijkste vindplaatsen
ter wereld van overblijfselen van mammoeten.
3, 17 Steppewisent
Dit dier, een heel groot rund, kwam talrijk voor op de mammoetsteppe, en leefde
in grote kudden. De schedels van dit rund, met enorme hoorns, zijn bijzonder
indrukwekkend.
4, 5 Wilde ezel
Het voorkomen van dit dier is een bewijs, dat in dit gebied droge steppen waren.
De beenderen van de Europese ezels waren kenmerkend slank gebouwd. Erg
talrijk zijn zij niet geweest.
6, 7 Edelhert
Resten van dit hert, vooral de makkelijk herkenbare geweitakken, zijn ook uit
het Weichselien bekend. Dit dier kon zich goed aanpassen aan het warmer
wordende klimaat. Het is een diersoort die zich graag in beboste gebieden
langs de rivieren ophield.
8 Reuzenhert
Dit imposante dier, met een gewei dat een spanwijdte tot drie meter kon hebben,
is een bewoner geweest van de open vlakte. De huidige eland is echter groter.
Het is hoofdzakelijk het gewei van deze soort, die hem de naam reuzenhert
gaf.
9, 10 Muskusos
Dit dier komt nu nog voor in Noord-Canada en op Groenland. Net als het rendier
kan de muskusos ook op de toendra leven. De muskusos kan gezien worden
als een echt relict van de ijstijd.
11, 12 Wolharige
neushoorn
Dit dier was de metgezel van de wolharige mammoet. Het waren echte grazers.
In Siberië zijn van dit dier ook weke delen bewaard gebleven, zodat we
goed weten hoe het er uit heeft gezien. Ook voor deze neushoornsoort geldt
dat de Noordzee de rijkste vindplaats is van overblijfselen.
13 Veelvraat
Deze grote marterachtige komt nu nog in het noorden van Europa voor. Fossiele
overblijfselen zijn bekend van landen om de zuidelijke bocht van de Noordzee.
De veelvraat heeft zeker deel uitgemaakt van de fauna van de mammoetsteppe.
14 Poolvos
In arctische gebieden komt deze kleine vos, in de winter met een witte vacht,
nu nog voor. In het ijstijdvak kwam deze met andere vleeseters voor op
de koude en droge mammoetsteppe. Resten van deze soort zijn zeldzaam, maar
ze zijn door vissers van de zeebodem geschraapt.
15 Grottenhyena
Dit roofdier is alom bekend van de mammoetsteppe. Het is een opruimer van karkassen
geweest, een aaseter. Veel mammoet- en neushoornresten vertonen vraatsporen
van hyena’s.
16 Bunzing
Deze nu algemene marterachtige kwam ook in de laatste ijstijd op de mammoetsteppe
voor. De fossiele resten zijn erg spaarzaam, hoofdzakelijk doordat ze zo
klein zijn.
18 Rendier
In de ijstijden waren rendieren in Europa een algemene verschijning. Ze komen
nu nog voor in het hoge noorden. Aan het eind van het Weichselien werd
op deze dieren gejaagd door mensen.
19 Grottenleeuw
Soms wordt deze grote katachtige grottentijger genoemd. Het is niet duidelijk
waar dit dier het meest op geleken heeft! Ze waren zeer algemeen op de
mammoetsteppe.
20 Sneeuwhaas
Deze soort, die in de winter wit verkleurt, komt tegenwoordig voor op de Britse
eilanden, in de Alpen en in Noord-Europa. Hoewel de beenderen van dit dier
klein zijn, worden ze toch met enige regelmaat gevonden.
21 Brandgans
Deze grasetende vogel broedt tegenwoordig in het uiterste noorden van Europa,
en overwintert in Noordwest-Europa. Waarschijnlijk leefden deze vogels
op de vlakten en langs rivieroevers op de mammoetsteppe.
22 Paard
Op de mammoetsteppe kwamen grote kudden wilde paarden voor. Hun botten zijn
in grote hoeveelheden gevonden op de bodem van de Noordzee. De resten lijken
erg veel op het skelet van het Przewalskipaard dat nu nog voorkomt op de
steppen van Mongolië.
23 Grottenbeer
Deze grote berensoort is algemeen geweest in Noordwest-Europa, niet alleen
in berggebieden, maar ook op de vlakten. De grottenbeer is de grootste
op het land levende roofdier van de ijstijd.
24, 25 Saiga
Deze antiloop komt nu nog voor in Centraal-Azië. Het voorkomen van de
saiga is een aanwijzing voor een koud, droog klimaat en een steppevegetatie.
Het dier is niet veel groter geweest dan een schaap.
26 Grondeekhoorn
Een van de kleine knaagdiersoorten, die op de mammoetsteppe hebben geleefd.
Van deze groep is weinig bekend, omdat hun resten moeilijker te verzamelen
zijn.
27 Wolf
Wolven zijn talrijk geweest op de mammoetsteppe. Hun botten zijn moeilijk te
onderscheiden van die van honden uit latere perioden. Radioactieve koolstofdateringen
hebben aangetoond dat wolven deel uitmaakten van de fauna op de mammoetsteppe,
zoals we die kennen van de Noordzee.
28 Das
Dit roofdier, een marterachtige net als de veelvraat, kon zich aanpassen aan
het warmere klimaat en komt tot heden in het gebied voor.
29, 30 Moerassneeuwhoen
Deze standvogel, die in de winter wit wordt, komt tegenwoordig voor in Noord-Europa.
Deze vogels leefden waarschijnlijk op de vlakten van de mammoetsteppe.
31 Grauwe gans
Deze graseter komt nu nog in het gebied voor, en heeft zich aangepast aan het
warmere klimaat. Het is waarschijnlijk een bewoner van rivierdalen geweest
in het Weichselien.
32 Bruine beer
Deze beer kwam in deze periode al voor, maar het is vaak moeilijk, de botten
te onderscheiden van die van de grottenbeer, behalve de schedel. Langs
de grote rivieren , zoals de Theems, de Maas en de Rijn, die indertijd
hun delta hadden in de zuidelijke bocht van de Noordzee, hebben de bruine
beren zich te goed gedaan aan vissen zoals de snoek.
33 Snoek
Resten van deze vissoort zijn uit het Weichselien bekend. Ze vormden een prooi
voor o.a. bruine beren.
34, 35 Middelste
zaagbek
Deze visetende duikeend komt nu nog in het gebied voor als broedvogel en wintergast.
Het is altijd een bewoner geweest van meren en rivieren.
36 Scholekster
Deze schelpdieren en wormen etende steltloper is ook nu nog algemeen in het
gebied. Net als nu zal deze vogel ook in het Weichselien hoofdzakelijk
langs kusten, oevers en waterkanten zijn voorgekomen.
37 Bever
Deze bewoner van rivieren en meren kwam gedurende het hele Pleistoceen in het
gebied voor, en daarna ook nog, tot heden. Kennelijk kon dit dier zich
goed aanpassen.
38, 39 Eland
Deze hertensoort komt ook tegenwoordig nog in Noordelijk Europa voor. In het
Weichselien is het een bewoner van rivierdalen geweest. Ook zijn er resten
van elanden van de Noordzee bekend die zo’n 9.000 jaar oud zijn,
een teken dat toen de hele Noordzee nog niet zijn waterspiegel van tegenwoordig
bereikt had.
40 Wilde eend
Resten van deze alom bekende eendensoort zijn ook in het Weichselien gevonden.
Net als tegenwoordig zullen eenden op en aan het water hebben geleefd.
41 Otter
Deze viseter heeft zowel in de koude en warme perioden in het gebied geleefd.
De beenderen van het skelet van de otter zijn karakteristiek en daardoor
werd deze diersoort snel herkend tussen andere overblijfselen die de vissers
aan land brachten.
42 Watermol
Deze eigenaardige insecteneter komt nu nog voor in beken en meertjes in Rusland,
en in de Pyreneeën en Noord-Spanje. Tijdens het gehele ijstijdvak,
dat ruim 2.000.000 jaar geleden zijn aanvang nam, is deze diersoort voorgekomen.
Dick Mol & Arthur Oosterbaan