<< Terug naar het nieuwsoverzicht
Mammuthus en Homotherium in het Oertijdmuseum “De Groene Poort” in Boxtel.
In het Oertijdmuseum “De Groene Poort” in Boxtel is per 28 maart 2003 een aantal opmerkelijke fossielen uit het ijstijdvak of Pleistoceen gesteld. Naar aanleiding van de spectaculaire vondst van een kaak van een sabeltandtijger die 28.000 jaar oud bleek te zijn, besteedt dit fraaie museum aandacht aan een paar dieren waarvan resten zijn gevonden in de Nederlandse bodem: de sabeltandtijger, Homotherium latidens, en een van zijn prooidieren, de wolharige mammoet, Mammuthus primigenius.
Landschapsreconstructie
In
het museum wordt een landschapsreconstructie van de koude en droge mammoetsteppe
zoals die er in het Laat-Pleistoceen uitgezien zou kunnen hebben, ten toongesteld.
Deze reconstructie met een mammoetkudde en de top-predator Homotherium, is
gemaakt door Hans Brinkerink uit Baarn. Voor de locatie is de zuidelijke
bocht van de Noordzee tussen Engeland en Nederland gekozen. De reden is dat
in dit deel van de huidige Noordzee enorm veel fossiele resten opgevist worden
die aantonen dat het een rijk gebied is geweest. Er worden per jaar vele
tienduizenden botten en kiezen opgevist van wilde paarden, bizons, mammoeten,
neushoorns, rendieren, reuzenherten en ook van veel kleinere dieren zoals
de bever, de otter, de poolhaas, de poolvos maar ook van roofdieren. De samenstelling
van de fauna en de enorme hoeveelheden fossielen geven aan dat de voormalige
Noordzeebodem een uitgestrekte groene grasvlakte was, die een paradijs voor
grote grazers moet zijn geweest. Op de landschapsreconstructie is o.a. te
zien dat de sabeltandtijger zojuist een mammoetbabietje heeft gedood. Dat
kan de sabeltandtijger uitsluitend doen in de hals, daar bevinden zich geen
skeletdelen. Zou de sabeltandtijger een prooidier op de rug aanvallen en
willen doden, dan zou die grote kans maken dat zijn vlijmscherpe, sabelvormige
bovenkaakshoektanden kapot zou bijten. Als die afbreken, dan kan de sabeltandtijger
de rest wel vergeten. Hoe dood je dan nog een prooidier. Het mammoetbabietje
is in de reconstructie aan het dood bloeden, het bloed stroomt uit zijn hals.
De sabeltandtijger heeft een stap terug gedaan, want de mammoetkoe, de moeder
van het babietje komt aangestoven. Ze wil nog redden wat er te redden valt:
niets dus.

Reconstructie
van een wolharige mammoet, Mammuthus primigenius. Deelopname van de landschapsreconstructie
vervaardigd door Hans Brinkerink zoals die is tentoongesteld in het museum “De
Groene Poort” in Boxtel.
De mammoet koe maakt deel uit van een grote mammoetkudde. De meeste dieren in deze kudde-reconstructie zijn koeien. De koeien hadden doorgaans geen lange gekrulde, maar korte dunne slagtanden. Ontelbare slagtanden van o.a. de Noordzee bewijzen dit. De kudde in deze reconstructie, waarbij U zich zo’n 28.000 jaar moet verplaatsen in de geschiedenis van West-Europa, staat onder leiding van een matriarch. Dat is uitgerekend de mammoet koe die zojuist haar babietje verloren heeft. Triest, maar waar. Wolharige mammoeten worden gekenmerkt door hun vacht (zeer lange haren met daaronder een laag fijne wol), de slagtanden (vanzelfsprekend) maar toch ook wel de grote kop met dat hoge voorhoofd. Dat feit komt heel goed tot uiting in twee mammoetschedels die in Boxtel, samen met de sabeltandtijger, ten toon gesteld wordt.
Mammoetschedels
uit Nederlandse bodem
De
eerste is indrukwekkend; gigantisch groot en zeker de grootste die ooit in
Nederlandse bodem is aangetroffen. Deze schedel is opgevist van de Noordzeebodem
in 2002. De schedel werd opgevist in de Eurogeul, enkele zeemijlen uit de monding
van de Nieuwe Waterweg. De zee is hier circa 28 meter diep en er wordt in deze
Eurogeul veel gebaggerd voor zand en grind om de vaargeul richting Rotterdam
op diepte te houden. De schedel werd in een kor (een net) aan boord gehesen
door de bemanning van de boomkorkotter GO 3 en kwam vervolgens in het bezit
van Klaas Post op Urk. In de schedel was de rechter slagtand nog aanwezig.
Deze tand had een lengte van 320 cm en is spiraalvormig gekruld. De andere
tand is tijdens het fossilisatie-proces (dus van af het moment dat de mammoet
gestorven is tot het moment dat de schedel gevonden werd), verloren gegaan.
Het kan zijn dat deze uit de schedel gerold is of tijdens baggerwerkzaamheden
verloren is gegaan. Tijdens het veiligstellen van deze reusachtige schedel
met slagtand, is er een ongeluk gebeurd. Toen het gevaarte voor transport naar
Urk op de visafslag van Stellendam neergelegd was, reed een heftruck chauffeur
over de uitstekende slagtand. Besloten werd de tand te restaureren en een tweede
tand te modelleren, met gebruikmaking van stukken tand die van andere mammoeten
afkomstig zijn. Die klus werd door Klaas Post uitbesteed aan het preparateursbedrijf
van de heer Stolzenbach in Sint Michielsgestel. Dat is heel goed gelukt. De
schedel, die heeft toebehoord aan een mammoet stier die zo’n 40.000 jaar
geleden in die regionen heeft rondgebanjerd, is een museumstuk van de eerste
orde geworden. Aan de hand van de twee reusachtige bovenkaaksmolaren kon worden
vastgesteld dat deze mammoet ca. 45 jaar oud moet zijn geweest op het moment
dat hij stierf. Als U de schedel goed bekijkt, ziet U aan de voorzijde, net
onder het hoge voorhoofd, een groot gat. Dat is niet de oogkas, maar dat is
de neusopening. Daar heeft de slurf aan de schedel gezeten. Uiteraard is de
slurf niet bewaard gebleven. Die is gewoon verrot nadat de mammoet gestorven
was, maar het kan ook zijn dat de slurf is weggevreten door roofdieren zoals
hyena’s, wolven, vossen, leeuwen of zelfs een sabeltandtijger. Al deze
dieren kwamen immers gelijktijdig met de wolharige mammoet voor. Van hyena’s
en leeuwen zijn op de locatie Eurogeul diverse fossiele beenderen en andere
sporen gevonden. De schedel van de mammoet stier van de Eurogeul zonder slagtanden
weegt circa 100 kg; de slagtanden ongeveer 40 kg per stuk.

De slagtanden
die in de schedel van de oude mammoet stier gemonteerd zijn. De achterste
slagtand is de originele slagtand uit de opgeviste mammoetschedel uit de
Eurogeul (Noordzee voor de kust van Zuid-Holland). Deze werd echter beschadigd
door een niet oplettende heftruckchauffeur. Op vakkundige wijze is deze gerestaureerd
door de preparateur L. Stolzenbach. De andere slagtand is samengesteld uit
twee delen van twee verschillende tanden en heeft bijna dezelfde spiraalvorm
als de originele tand. Goed zichtbaar zijn de bijgewerkte en ontbrekende
delen (grijs-bruin). Na
de restauratie zijn de slagtanden met een kleur beschilderd.
De schedel
De
schedel van een mammoet is erg groot, helemaal als we dat bekijken in verhouding
tot het hele lichaam. De schedel is echter niet zwaar. Het grootste deel van
de schedel bestaat uit luchtkamers. Die geven de schedel een groot volume,
maar maken deze niet zwaar. De slagtanden die een mammoet meetorst, zijn wel
zwaar. Het is massief ivoor en er zijn slagtanden bekend die meer dan 80 kilo
per stuk wegen. Hoe kan het nu dat de schedel met zware slagtanden netjes op
z’n plaats blijft, zou je zeggen. Door het hele hoge voorhoofd is er
ook een heel hoog achterhoofd. Dat is goed te zien in de schedel van de Eurogeul,
de mammoet stier. Aan het achterhoofd zijn spieren gehecht waarvan het andere
einde is gehecht aan de doornuitsteeksels van de borstwervels. Op deze wijze
is de grote schedel verankerd aan het lichaam en kunnen er gigantisch grote
en lange, en vooral zware slagtanden mee gedragen worden. De slagtanden zijn
normaliter voor een derde in de schedel (de alveole of tandkas) verankerd.
Slagtanden hebben geen wortels. Dat betekent dat als een mammoet of een olifant
(mammoeten zijn ook olifanten) sterft en het bindweefsel om de slagtand is
opgedroogd, de tanden heel makkelijk uit de schedel kunnen rollen, vooral als
ze zo sterk gekruld zijn. Dat betekent dus dat de mammoetschedel van de Eurogeul
heel snel nadat het dier gestorven is, met zand en modder bedekt moet zijn
geweest. Onderzoek van paleontologen heeft aangetoond dat het Eurogeul vondstgebied
zo’n 40.000 jaar geleden deel heeft uitgemaakt van de delta van de oer
Maas. Het kan dus heel goed zijn dat deze mammoet, nadat hij zich goed gedaan
had aan de harde grassen van de mammoetsteppe, water heeft gedronken in een
oude rivierarm van de oer Maasdelta en daarbij om het leven gekomen is. Vervolgens
is deze mammoet bij een hoge waterstand over korte afstand meegesleurd en afgezonken.
Daarna is het karkas met zand en modder bedekt geraakt. Pas in 2002 werd weer
voor het eerst het licht “gezien”. Er zijn in de tussentijd wel
40.000 jaren verstreken!

De originele
rechter slagtand wordt weer terug geplaatst in de schedel en de botfragmenten
van de tandkassen worden weer gepast. Links Aart Walen, de preparateur, en
rechts dr. Rene Fraaije van het museum "De Groene Poort". Collectie
Klaas Post, Urk. Tentoongesteld in het museum "De Groene Poort".
Foto: Dick Mol
Mammoetschedel
van Gewande
Een
tweede mammoetschedel in het museum te Boxtel is eigendom van de Universiteit
van Utrecht. Het is een schedel van een mammoetkoe. De individuele leeftijd
wordt geschat op 35 jaar. Deze schedel is in de zestiger jaren van de vorige
eeuw opgebaggerd in een zandwinningsconcessie te Gewande, nabij ’s Hertogenbosch.
Slagtanden van deze mammoet zijn niet gevonden. Dat wil niet zeggen dat het
een mammoet zonder slagtanden geweest is, maar dat ze tijdens het fossilisatie-proces
verloren zijn gegaan. Heel duidelijk zijn de twee tandkassen of alveolen te
zien. Daar hebben de slagtanden ingezeten. De diameter van de alveolen is relatief
klein hetgeen aangeeft dat we te maken hebben met een mammoet koe. De schedel
is ook veel kleiner dan die van de stier van de Eurogeul. Door deze twee schedels
met elkaar te vergelijken komt het geslachtsverschil van mammoeten goed tot
uiting. De stieren zijn altijd groot en de koeien altijd klein. De stieren,
vooral als ze oud worden, hebben zeer lange slagtanden, de koeien niet. Het
sexuele dimorfisme (het verschil in grootte tussen mannelijke en vrouwelijke
dieren) bij mammoeten is enorm. Gemiddeld is de mammoet zo’n 2.50 –2.70
meter geweest en daarmee was de mammoet niet veel groter dan een recente Indische
olifant. Dus we moeten in Nederland afleren om het voorvoegsel mammoet te gebruiken
om iets groots aan te duiden, zoals mammoettanker. Amerikanen doen het beter:
voor een groot vliegtuig gebruiken ze het woord Jumbo Jet en Jumbo slaat dan
op de Afrikaanse olifant die gemiddeld beduidend groter is dan de wolharige
mammoet.
De twee mammoetschedels
zoalstentoongesteld in het Oertijdmuseum te Boxtel. Links de schedel van
de mammoetkoe van Gewande en rechts de schedel van de mammoetstier uit de
Eurogeul.
Foto: Clemens le Blanc, 2003.
Waar
is “De Groene Poort” te vinden?
Vanuit
de richting ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven is het museum als volgt te
vinden: Neem op de A2 afslag 25 richting Boxtel. U komt nu op de Bosscheweg.
Op +/- 600 meter aan Uw linkerhand is het Oertijdmuseum “De Groene Poort” (Bosscheweg
80, 5283 WB BOXTEL
Dir.: Renee Fraaije), Telefoon: 0411-616861, E-mail: info@oertijdmuseum.nl
Wilt U meer lezen over mammoeten en hun schedels, lees dan:
Mol, D. & H.
van Essen, 1992. DE MAMMOET, Sporen uit de ijstijd. Uitgeverij BZZTôH, ‘s-Gravenhage.
Dick Mol
CERPOLEX/Mammuthus
Natuurmuseum Rotterdam