<< Terug naar het nieuwsoverzicht

Vier nieuwe fossielen van landzoogdieren uit Langenboom

De Plio-Pleistocene vindplaats Langenboom (gemeente Mill, Noord-Brabant) groeit uit tot een belangrijke leverancier van fossielen van landzoogdieren. Naast meerdere soorten zeezoogdieren zijn inmiddels drie soorten landzoogdieren herkend: de mastodont Anancus arvernensis, een hert, mogelijk het kleine Tegelse hert Cervus rhenanus, en de Etruskische neushoorn, Dicerorhinus etruscus.

In de groenzandsedimenten is december 2003 een tweede kies van Anancus arvernensis aangetroffen. Dankzij meldingen van verzamelaars kan de soortenlijst van Langenboom verder worden uitgebreid met drie nieuwe landzoogdieren: een varken, Sus strozzii, een Beer, Ursus cf etruscus, en een paard, Equus sp.


Een kort overzicht van deze nieuwe vondsten:

Sus strozzii Meneghini
Mammalia: Artiodactyla: Suidae
Gevonden: molaar, met kaakrest
Vinder: Robbie Reijs (Nijmegen)
Collectie: idem
Vondstdatum: voorjaar 2003
Datering: waarschijnlijk Vroeg-Pleistoceen

De kies is een M2 uit de linker onderkaak, redelijk aangekauwd en compleet bewaard gebleven. Dankzij de kaakrest die aan de kies vastzit zijn de wortels intact. Sus strozzii is een typische vertegenwoordiger van het Laat-Villafranchien van Europa. In Nederland is het echter een zeldzame verschijning. Vondsten zijn onder meer bekend uit de Oosterschelde en uit Tegelen. Sus strozzii was groter dan het tegenwoordige wild zwijn: volwassen individuen konden een lengte van 1.80 meter bereiken. De vondst van de kies geeft een belangrijke aanwijzing over het milieu waarin de vroege landzoogdieren van Langenboom hebben geleefd. Blijkens vondsten die in het buitenland zijn gedaan (met name in Italië) was Sus strozzii, met zijn korte en brede poten, goed aangepast aan een leven in een drassige leefomgeving en zelfs gedeeltelijk in het water.


Ursus cf etruscus Cuvier, 1823
Mammalia: Carnivora: Ursidae
Gevonden: radius, distaal fragment
Vinder: Harold van der Steen
Vondstdatum: zomer 2002
Collectie: Harold van der Steen (Oss)
Datering: waarschijnlijk Vroeg-Pleistoceen


De radius heeft een zeer breed uiteinde. Meest opvallend kenmerk is het grote vlak voor articulatie met de handwortelbeenderen. De radius is typerend voor een zoolganger. Bij katachtigen is het radiusuiteinde minder geprononceerd. Reden om dit fossiel toe te schrijven aan een Vroeg-Pleistocene beer. Meest waarschijnlijke kandidaat: Ursus cf etruscus. Ook de Etruskische beer is een zeldzame gast. Vondsten tot dusver onder andere uit Tegelen. Aan het einde van de evolutielijn, dit is rond het begin van het Pleistoceen, kon de Etruskische beer afmetingen bereiken vergelijkbaar met de tegenwoordige bruine beer. In de loop van zijn evolutie
specialiseerde het dier zich ook steeds meer op het eten van plantaardig voedsel. Indicatief daarvoor zijn vergrote achterste kiezen, die een steeds ingewikkelder knobbelpatroon laten zien. Helaas is een dergelijke kies nog niet uit Langenboom bekend, zodat de gevonden beerrest niet met zekerheid aan Ursus etruscus kan worden toegeschreven.


Equus sp.
Mammalia: Perissodactyla: Equidae
Gevonden: molaar, fragment
Vinder: Robbie Reijs (Nijmegen)
Collectie: idem
Vondstdatum: 2001
Datering: waarschijnlijk Vroeg-Pleistoceen

De kies stamt waarschijnlijk uit de onderkaak. Hij is in de lengte gebroken:alleen de wangzijde is bewaard gebleven. Kiezen van Vroeg-Pleistocene paarden worden regelmatig gevonden, onder meer opgevist en gezogen uit deOosterschelde en door schelpenzuigers opgezogen uit de Noordzee, voor de kust van Engeland. Met deze kiezen heeft het exemplaar uit Langenboom eenrobuuste bouw gemeen. Het lastige is echter dat paardekiezen in het algemeen weinig onderscheidende kenmerken vertonen. Het emailpatroon zou per soort verschillen, maar bij elke soort is er zoveel intraspecifieke variatie dat het meestal neerkomt op ‘verschillen willen zien’. Die blijken er vaak gewoon niet te zijn. Bovendien is de kroon van een paardenkies enorm hoog; als die met de jaren afslijt krijg je op elke slijthoogte een steeds
wisselend patroon te zien. Kortom: de toeschrijving van de Langenboomkies aan een specifieke soort is een hachelijke zaak. Reden om hier te volstaan met Equus sp.


Een nieuwe kies van Anancus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Mammalia: Proboscidea: Gomphotheriidae
Gevonden: molaar, fragment
Vinder: Jaap Dreef (Apeldoorn)
Collectie: idem
Vondstdatum: 20 december 2003

Aan het bewaard gebleven talon is te zien dat het om het achterste deel van een kies moet gaan. Van de kroon zijn drie lamellen bewaard gebleven. Al eerder, op 19 april 2003, werd in Langenboom een kies van Anancus arvernensis gevonden. Volgens opgave van de vinder stamt de nieuwe kies uit hetzelfde opspuitingsvlak. Men heeft nog niet geprobeerd of de kiesfragmenten aan elkaar passen, maar op grond van de foto’s lijkt dat niet waarschijnlijk. Het is te verwachten dat tussen de duizenden fossielen die dagelijks in Langenboom worden opgebaggerd nieuwe resten van de mastodont aan het daglicht zullen komen.

Vondstenlijst Langenboom
Schrijver dezes werkt aan een zo compleet mogelijke vondstenlijst van de zuiglocatie Langenboom. Mocht u fossielen van deze vindplaats in uw bezit hebben, meld deze dan aan bij ondergetekende. Zowel meldingen van zeezoogdieren als landzoogdieren zijn welkom.

Hansjorg Ahrens
ahrens@naturalis.nl
071-5153493

<< Terug naar het nieuwsoverzicht