<< Terug naar het nieuwsoverzicht
Kor en Bottocht 2003 levert 17 fossielen op
Bot op het motorluik, kreeft in het mandje. De Kor en Bottocht 2003 leverde weer allerlei heerlijkheden op, voor de fijnproever van fossielen, maar ook voor de liefhebber van zeebanket. Voor wie het nog niet weet: de Kor en Bottocht is de jaarlijkse vistocht met de mosselkotter ZZ10 naar de schatten die op de bodem van de Oosterschelde liggen. Behalve zwaar versteende botten komen daarbij ook mosselen, oesters, kreeften en andere eetbare zaken naar boven.
Dankzij de vrijgevigheid en het enthousiasme van de vissersfamilie Schot uit Zierikzee is deze voor de wetenschap belangrijke, en in de paleontologische wereld unieke, tocht mogelijk. Terwijl Nederland zich druk maakt om het afnemend economisch tij, waarbij zeker ook de mosselsector niet buiten schot blijft, laat de familie Schot zich niet weerhouden om de inmiddels meer dan vijftig jaar oude traditie voort te zetten. Hulde!

Zo kon op 30 augustus opnieuw een kluitje botten worden toegevoegd aan de wereldvermaarde Kor en Bot-collectie, die deels wordt bewaard in Zierikzee en voor een ander deel in Naturalis in Leiden. De tocht toonde eens te meer dat Nederland in de kopgroep zit van landen die rijkelijk zijn gezegend met overblijfselen uit het begin van het IJstijdvak, pakweg twee miljoen jaar geleden.




Enkele impressies (foto’s: Ate Cohen)
Neushoorn
Zoals
gebruikelijk werd gevist voor de kust van Schouwen-Duiveland, in diepe
geulen die bekend staan als het Gastenputje en het Olifantsputje (omdat
dit nogal wat resten van olifantachtigen heeft opgeleverd). Het Olifantsputje
gaf dit jaar echter geen sjoege. Het gastenputje was de opvarenden beter
gezind. De totale oogst – 17 fossielen – kwam hieruit naar
boven.

De
oogst op het motorluik. Het vermoedelijke spaakbeen van de Etruskische
neushoorn is het bot waar het pijltje bij staat. (foto: Ate Cohen)
Topvondst was een groot fragment van wat in de eerste determinatie aan boord werd geduid als een spaakbeen van de Etruskische neushoorn Dicerorhinus etruscus. Een zeldzame gast. Als het waar is dat dit bot inderdaad een spaakbeen is van de Etruskische neushoorn, dan is het een schitterende vondst, want slechts enkele botfragmenten van dit dier zijn tot op heden opgevist. De laatste keer was alweer in 1996. Ook toen leverde Kor en Bot een spaakbeen op.
De overige opgeviste
fossielen behoren tot andere soorten:
- een fors paard Equus cf. bressanus (vertegenwoordigd door een gave
kies);
- een hertachtige, waarschijnlijk Eucladoceros ctenoides (vier stukken
gewei);
- een olifantachtige: de zuidelijke mammoet Mammuthus meridionalis en/of
de mastodont Anancus arvernensis (een fragment van een heupbeen en
drie stukken slagtand, waaronder een deel van een slagtanduiteinde);
- een serie ondetermineerbare fragmenten.
Plaatsvervangers
voor John en Rita
De
leiding over de Kor en Bottocht was dit jaar in handen van Jelle Reumer, van
het Natuurmuseum Rotterdam. Vaste expeditieleider John de Vos van Naturalis
kon helaas niet aan boord zijn. Zijn vrouw Rita, die al jaren trouw de vondstcoördinaten
van de opgeviste botten noteert, was plotseling opgenomen in het ziekenhuis
vanwege hartproblemen. Naast de normale Kor en Bot beslommeringen als het heffen
van het glas bij de eerste vondst, zorgde Jelle er voor dat iemand Rita’s
taak in de stuurhut over nam. Het vastleggen van vondstposities lijkt saai
werk, maar is wel de belangrijkste wetenschappelijke taak tijdens de tocht.
Want een bot zonder precieze locatiegegevens verliest onherroepelijk zijn wetenschappelijke
waarde.
Vader
Abraham
Wat
de Kor en Bottocht zo leuk maakt is dat je, behalve met fossielen, ook in aanraking
komt met dieren die hun thuis hebben op de bodem van de Oosterschelde. Het
is verbazingwekkend om te zien wat de mosselvisser allang weet: het barst daar
in de duistere diepten van het leven. De levende have telt enorm veel zeesterren
(door de fossielenjagers minder gewaardeerd, omdat ze de mosselnetten verstoppen),
maar ook culinaire lekkernijen, die toprestaurants op de kaart hebben staan
maar die vers bereid aan boord toch het lekkerst smaken. Zo ploften met enige
regelmaat kreeften op het dek. Als ze beschadigd zijn mogen ze de pan in, maar
als ze heel zijn moeten ze terug in zee.


De reuzenkreeft (foto’s: Ate Cohen)
Op een gegeven moment stortte de kor een monsterachtig grote kreeft uit op het dek. Werkelijk een reus, met zijn bijna vijftig centimeter. Het dier woog vijf kilo en de kenners aan boord schatten zijn leeftijd op ongeveer vijftig jaar. Heb je al die tijd je best gedaan om uit handen te blijven van kreeftenvissers, word je uitgerekend buiten het vangstseizoen te grazen genomen door een stel fossielenjagers. Misschien gelukkig maar, want Vader Abraham kreeg zijn vrijheid terug, natuurlijk niet na uitgebreid te zijn bestudeerd en gefotografeerd.
De bejaarde kreeft begon zijn reis terug naar de Oosterscheldebodem, zo’n vijfenveertig meter lager, onbeschadigd en wel. Wie weet, ligt daar beneden een gigantisch mammoetbot waar de kreeft zijn vaste schuilplaats heeft en dat deze keer op een haar na door de mosselkor is gemist. Volgend jaar weer een nieuwe kans.
Hansjorg Ahrens
ahrens@naturalis.nl