<< Terug naar het nieuwsoverzicht

De sabeltandtijger leefde in Europa nog in het Laat-Pleistoceen
Het bewijs komt van de bodem van de Noordzee

De sabeltandtijger Homotherium latidens leefde in Noordwest Europa nog tot ver in het Laat-Pleistoceen. Een vondst van een onderkaak van deze tot de verbeelding sprekende diersoort van de bodem van de Noordzee bewijst dat. Eind maart 2003 is in het gerenommerde tijdschrift Journal of Vertebrate Paleontology (jaargang 23, aflevering 1, pp. 260-262) een artikel verschijnen waarin deze opzienbarende vondst bekend gemaakt wordt. Onder de titel “Late Pleistocene Survival of the Saber-Toothed Cat Homotherium in Northwestern Europe” publiceren Jelle W.F. Reumer, Lorenzo Rook, Klaas van der Borg, Klaas Post, Dick Mol en John de Vos deze onderkaak, die momenteel in het Natuurmuseum Rotterdam te zien is. Een afgietsel is te zien in het Oertijdmuseum ‘de Groene Poort’ in Boxtel.


Reconstructie van de sabeltandtijger Homotherium latidens, op basis van een stenen beeldje uit de grot van Isturitz. Tekening Mazak, 1970. Uit: Uit: Mazak, V., 1970. On a Supposed Prehistoric Representation of the Pleistocene Scimitar Cat, Homotherium Fabrini, 1890 (Mammalia, Machairodontidae). Z. f. Saugetierkunde, Bd. 35 (1970), H. 6, S. 359-362.

Fossiele overblijfselen van de sabeltandtijger uit Europa en Azië behoren tot de grote zeldzaamheden. Losse vondsten, vaak zijn het de delen van de indrukwekkende boven- en of onderkaak, worden doorgaans snel gepubliceerd. Tot voor kort was de sabeltandtijger, Homotherium latidens, alleen bekend uit het Vroeg- en het Midden-Pleistoceen. De jongste fossiele resten zijn bekend uit Artenac in Frankrijk (ca. 400.000 jaar oud) en uit Steinheim an der Murr in Duitsland (ca. 300.000 jaar oud). Uit Noord-Amerika zijn wel twee sabeltandtijgersoorten bekend die tot aan het einde van het Pleistoceen, ca. 10.000 voor heden nog voorkwamen. Wereldvermaard zijn de vele duizenden resten van de grote Smilodon fatalis die gevonden zijn in de teerputten van Rancho La Brea bij Los Angeles (Californië). Zeker zo indrukwekkend zijn de skeletten van Homotherium serum, gevonden in een grot in Texas. Maar zulke jonge vondsten waren uit de Oude Wereld nog onbekend.

Noordzee
Op 16 maart 2000 troffen Urker vissers beenderen aan in hun netten. Ze waren op dat moment aan het boomkorren ten zuidwesteen van de Bruine Bank, in het midden van de zuidelijke bocht van de Noordzee tussen Engeland en Nederland. Dat zij behalve platvissen ook fossiele beenderen van mammoeten, neushoorns, bizons, paarden en leeuwen aan dek krijgen is heel normaal. Al zeker sinds 1874 worden er botten opgevist. De opgeviste beenderen komen in een kist aan boord en zijn bestemd voor Klaas Post in Urk, bekend vanwege zijn belangstelling voor fossielen en vanwege zijn indrukwekkende collectie mariene zoogdierfossielen en zijn deskundigheid. Niet voor niets is hij als honorair onderzoeker verbonden aan het Natuurmuseum Rotterdam.


Op een avond, kort nadat de kist met beenderen door zijn plaatsgenoten bij hem is afgeleverd, ontdekte Klaas Post een opvallende onderkaak tussen de andere resten. Er zijn nog enkele gebitselementen in de kaak aanwezig. De kaak wordt in het Natuurmuseum door een aantal deskundigen bekeken en vergeleken met kaken van andere grote katachtigen. Het wordt snel duidelijk: dit kan niets anders zijn dan een kaak van Homotherium. Wat echter direct opvalt is dat de kaak nauwelijks gefossiliseerd -en dus jong- is en dat is vreemd: de sabeltandtijger is weliswaar uit Nederlandse bodem (en de Noordzee) bekend, maar dan alleen uit het Vroeg- en het vroege Midden-Pleistoceen (o.a. Oosterschelde en van de lokatie Het Gat, ook in de omgeving van de Bruine Bank). Die spaarzame oude fossiele resten zijn zwaar versteend, in tegenstelling tot de fraaie kaak met gebitselementen. De fossilisatiegraad van de nieuwe kaak komt overeen met die van resten uit hetzelfde vondstgebied van Laat Pleistocene wolharige mammoeten, wolharige neushoorns, rendieren, etcetera. Dat zou dan betekenen dat de kaak ook een Laat-Pleistocene ouderdom zou hebben.

28.000 jaar
Er werd besloten om een 14C datering te laten uitvoeren aan de Universiteit van Utrecht (bij de faculteit Natuur- en Sterrenkunde, het R.J. van de Graaff Laboratorium). Als de uitkomsten van de dateringen inderdaad in het Laat-Pleistoceen zouden vallen, dan hebben we een eerste vondst van een zo jonge sabeltandtijger. En inderdaad: de uitkomsten zijn verbluffend en worden voor de zekerheid nog enkele malen herhaald. In totaal zijn er zes dateringen uitgevoerd aan vier verschillende monsters uit kaak en kieswortel en allemaal geven ze een Laat-Pleistocene ouderdom, gemiddeld ca 28.000 jaar voor heden. Dat betekent dat de verspreidingsduur van de sabeltandtijger in Noordwest Europa met ruim 270.000 jaar verlengd is geworden.

Er is natuurlijk uitgebreid onderzoek verricht door de in de inleiding genoemde auteurs van het artikel in het Journal of Vertebrate Paleontology. Diverse musea in Europa zijn bezocht voor vergelijkend onderzoek en de literatuur werd goed nageplozen. Alle belangrijke informatie werd in het (engelstalige) artikel aangeboden aan het eerder genoemde tijdschrift. Gezien de belangrijkheid van deze vondst en het feit dat dergelijke ontdekkingen snel gaan ‘rondzoemen’ leek het verstandig e.e.a. op te nemen als een zogenoemde ‘rapid communication’. Voor een wereldwijde verspreiding van de gegevens is gekozen voor een tijdschrift dat in relatief grote oplage verschijnt en dat vrijwel in alle belangrijke bibliotheken voorrradig is.

Niet serieus
Tijdens het literatuuronderzoek stuitten de onderzoekers op een artikel uit 1970 in het Zeitschrift für Säugetierkunde. De tsjechische zoöloog V. Mazak heeft daarin een sculptuur gepubliceerd waarin hij meende de kop van een sabeltandtijger te herkennen. Het betrof een stenen beeldje dat gevonden was in een grot te Isturitz in de Pyreneeën, zuidwest Frankrijk. De leeftijd van dit beeldje zou volgens Mazak in het zogenoemde Aurignacien geplaatst moeten worden, ca. 35.000 - 30.000 jaar geleden. Echt serieus is Mazak’s rapportage nooit genomen. Hij werd nauwelijks of niet geciteerd in wetenschappelijke verhandelingen over de sabeltandtijger! Dateren kon men het stenen beeldje, de kop van een sabeltandtijger voorstellende, helaas niet. De vondst van de kaak van Homotherium latidens van de bodem van de Noordzee kon wel gedateerd worden en bevestigde de veronderstelling van Mazak dat de sabeltandtijger wel degelijk deel uitmaakte van de zogenoemde Mammoet-Fauna van het Laat-Pleistoceen.


Tekening van het stenen beeldje, voorstellende een sabeltandtijger, dat gevonden is in de grot van Isturitz. Uit: Mazak, V., 1970. On a Supposed Prehistoric Representation of the Pleistocene Scimitar Cat, Homotherium Fabrini, 1890 (Mammalia, Machairodontidae). Z. f. Saugetierkunde, Bd. 35 (1970), H. 6, S. 359-362.

Tentoon
De kaak van Homotherium latidens is opgenomen in de collectie van het Natuurmuseum Rotterdam (catalogusnummer 02-011). Het betreft een rechter kaakhelft met de gebitselementen (premolaren) p3 en p4. De incisiven (snijtanden) i1 - i3, de canine (de hoektand) en (de eerste ware molaar) m1 zijn verloren gegaan, vermoedelijk tijdens het opvissen van de kaak. In verband met het uitkomen van de publicatie in het Amerikaanse tijdschrift hebben het Natuurmuseum Rotterdam en het Oertijdmuseum ‘De Groene Poort’ in Boxtel besloten aandacht te schenken aan deze bijzondere vondst van een ijstijdzoogdier dat we voornamelijk associëren met Noord-Amerika. Daarom hebben beide musea Hans Brinkerink (Vista Natura, Baarn) verzocht reconstructies van de sabeltandtijger in zijn biotoop te vervaardigen. Onder leiding van Dick Mol is Hans Brinkerink aan de slag gegaan en heeft een grote (1,5 bij 2,5 meter) en een iets kleinere reconstructie gemaakt van het Laat-Pleistocene landschap met een mammoetkudde en een sabeltandtijger. Op het kleinere schilderij, dat in Rotterdam hangt, wordt een afgedwaalde baby-mammoet door de sabeltandtijger beslopen om te worden besprongen. Dit schilderij wordt met de originele kaak en een aantal andere sabeltandtijger-resten in het Natuurmuseum in Rotterdam tentoongesteld, naast de grote hal met de mammoetschedel en de muurschildering van twee mammoeten die daar permanent te bezichtigen zijn.


Detailopname van het schilderij van Hans Brinkerink met de sabeltandtijger. Natuurmuseum Rotterdam.

Het grote schilderij toont het moment dat de jonge mammoet is geveld, de kudde mammoeten op de koude en droge mammoetsteppe holt angstig weg. Deze zal in het museum te Boxtel worden tentoongesteld met een replica van de Homotherium-kaak en mammoetoverblijfselen.

Van sabeltandtijgers, voorzien met hun lange, dunne, sabelvormige hoektanden in de bovenkaak, is bekend dat zij zich hoofdzakelijk voedden met jonge onervaren dieren zoals bizons, paarden, mammoeten en neushoorns. Deze jonge dieren werden aangevallen en gedood door middel van een enorme krachtige beet in hun hals waardoor de dieren zeer snel doodbloedden.

Mammoet fauna
Om te onderstrepen dat de sabeltandtijger heeft deel uitgemaakt van de mammoet fauna uit het Laat-Pleistoceen heeft het Oertijdmuseum in Boxtel nog een aantal mammoetdelen tentoongesteld, waaronder -uit de collectie van Klaas Post- een reusachtige schedel van een volwassen mammoetstier. Deze is uitgerust met twee bijna 3 meter lange slagtanden. Deze schedel is vorig jaar opgevist van de bodem van de Noordzee nabij de boei Maascentre in de Eurogeul, vlak voor de kust van Zuid-Holland. Eén van de slagtanden stak nog in de schedel, de andere is nu gemodelleerd waarbij gebruik gemaakt is van twee grote stukken slagtand van andere individuen. Deze schedel is de grootste mammoetschedel ooit in Nederland gevonden en is ca 40.000 jaar oud. De mammoet waartoe deze schedel behoorde is gestorven op een hoge leeftijd. Aan het gebit kon worden afgelezen dat deze stier bijna 50 jaar oud is geworden. Het is een echte reus geweest. Om het verschil tussen stieren en koeien bij mammoeten te illustreren is er van de Universiteit van Utrecht een fraaie schedel van een mammoetkoe te leen die in Boxtel wordt opgesteld naast de kop van de stier. Beide dieren waren op het moment dat zij stiereven bijna even oud. De schedel van de koe is uit de provincie Noord-Brabant en werd in de zestiger jaren van de vorige eeuw opgebaggerd te Gewande.

De deelnemende musea zijn:

Natuurmuseum Rotterdam,
Westzeedijk 345, Museumpark,
3015 AA Rotterdam
Telefoon: 010-4364222
E-mail: natuurmuseum@nmr.nl


Oertijdmuseum “De Groene Poort”
Bosscheweg 80,
5283 WB BOXTEL
Telefoon: 0411-616861
E-mail: info@oertijdmuseum.nl

Dick Mol
Natuurmuseum Rotterdam.

<< Terug naar het nieuwsoverzicht