<< Terug naar het nieuwsoverzicht

Verslag van de Paleontologische expeditie naar de Eurogeul op Maandag 25 april 2005 door André Bijkerk

De Noordzee is gerenommeerd voor de rijke weelde paleontologische schatten uit het Pleistoceen en zelfs het begin van het Holoceen. Waar nu de mammoettankers navigeren was enige tienduizenden jaren geleden een grote grasvlakte met rivieren bewoond door mammoeten, wolharige neushoorns, wisenten, wilde paarden, reuzenherten maar ook beren, leeuwen en sabeltandkatten. Met name de Eurogeul voor de kust van Zuid-Holland is één van de rijkere vindplaatsen die getuigt van dit wonderlijke verleden. Dit komt omdat de vaargeul naar de Nieuwe Waterweg regelmatig moet worden uitgebaggerd. Bij het wegzuigen van de sedimenten blijven de grote stukken dan achter, inclusief de fossiele resten van rijke biotopen uit het verleden. Vooral na de winter kan de vangst groot zijn, wanneer er daarvoor weinig visactiviteiten zijn geweest. Hoogste tijd dus voor een expeditie voor het vergaren van die restanten met het oogmerk om het verleden van onze regio’s verder wetenschappelijk uit te kunnen pluizen. Deze maal deed de gelegenheid zich voor dankzij een hernieuwde belangstelling voor Mammoeten en Pleistocene zoogdieren door de Expo 2005 in Japan waar de verbluffende restanten van de Yukagir mammoet aan het publiek worden getoond. Zo ook voor Florian Breier, een journalist van het Duitse tijdschrift “Die Zeit/Wissen”, die hierin wel een verhaal zag. Een oorspronkelijk plan om in Siberië de taiga en de collectie van CERPOLEX/Mammuthus te bezoeken, kon evenwel geen doorgang vinden, maar mede dankzij de steun van Klaas Post en het organisatietalent van Dick Mol kon snel een prima alternatief worden georganiseerd, de Noordzee, “fishing for mammoths”, een expeditie met een kleine boomkorkotter of Eurokotter, de GO33 met schipper Maarten de Waal.

Mijn belangstelling voor de geschiedenis van de Noordzee was krachtig gevoed door de studie van het boek “Submarine prehistoric Archeology of the North Sea” dat hier elders op de site terecht wordt aanbevolen en Dick wist van mijn hobby’s om het globale plaatje van het Kwartair in kaart te brengen. Daarmee heb ik wel eens wat hand en spandiensten verricht voor Dick om in ruil daarvoor op de eerste rang te mogen zitten. Door dit gelukkige toeval mocht ik eveneens deel uitmaken van de ledenlijst voor de expeditie.


De GO33 in de buitenhaven van Stellendam bij het Krieken van de dag
Foto: Andre Bijkerk

Het avontuur begon reeds om 04.30 uur met een rendez-vous ergens langs de verlaten snelweg om ruim op tijd te zijn voor de afvaart in Stellendam. In de haven ontmoeten we de overige deelnemers, zoals de gastheer van deze website, Dr John de Vos, voorts Professor Dr Jelle Reumer van het Natuurmuseum Rotterdam en Universiteit van Utrecht, Albert Hoekman, Rene Bleaunus, de getalenteerde vormgever van de recente boeken van Dick Mol, de kunstenaars Remie Bakker en Tone Skelton die op onnavolgbare wijze een verbluffende replica van de Yukagir Mammoet op de EXPO 2005 in Japan hebben vervaardigd.


De Eurogeul

Al spoedig zijn we buitengaats. Het weer is voortreffelijk en de zeegang is niet te onvriendelijk waardoor we met ongeveer 11 knopen in een tweetal uren kunnen opstomen naar het baken Maascenter. Onderwijl wordt druk gediscussieerd over de paleontologische merites van de Noordzee en de verwachtingen van de expeditie om vast te stellen wat nu echt een spectaculaire vondst zou zijn. Hoewel al zeer veel bekend is kan het altijd beter en paleontologen verlangen naar meer resten, zoals bij voorkeur een schedel, van de Europese sabeltandtijger (Homotherium latidens) ter bevestiging van de beroemde vondst van de onderkaak van enige jaren geleden. Zelf denk ik aan oudere –laat Pleistocene- resten van Homo sapiens, tot nu toe hier alleen bekend van het vroeg Holoceen (Pre Boreal).

Uiteindelijk bereiken we de beoogde visgronden en worden de twee zware kor-netten voor het eerst gevierd links en rechts van het schip. Zware kettingen hangen aan de voorkant van de netten. Deze woelen en schrapen door de zeebodem en laten de dingen daarop opwervelen waarna de netten het resultaat daarvan opvangen. Dat kost evenwel een hoop energie en de snelheid loopt dan ook terug tot 2-3 knopen. Na ongeveer een half uur worden ze weer ingehaald waarna de bemanning de inhoud daarvan om bekwame wijze ledigen in twee bakken.


Het Bakboord kor wordt uitgeworpen
Foto: Andre Bijkerk

De eerste vangst ziet er redelijk uit voor de vissers, alhoewel de hoeveelheid platvis niet groot lijkt in vergelijking met de overige inhoud van de netten, veel jonge pietermanen, ponen en zee-egels vallen te ontwaren en daarnaast nog vele wonderlijke creaturen waarvan het bestaan daarvan mij tot nu toe nog niet was opgevallen. Een en ander heeft de volledige aandacht van een uitgebreide vlucht meeuwen die zich eraan tegoed doen zodra het weer overboord gaat. De niet levende inhoud bestaat uit hompen sediment, hout, stenen en botten. Het eerste fossiel is al gauw gevonden, een glad donkerbruine eigenaardig gevormd voorwerp met allerlei uitsteeksels. Dick bestudeert het object aandachtig gedurende ruim drie milliseconden en identificeert dan resoluut: “wervel van een reuzenhert”, dat is vaktaal voor “vertebra van een Megaloceros giganteus”. Zo vinden we nog wat resten van een steppenwisent (Bison priscus) en wolharige mammoeten (Mammuthus primigenius) alsmede een vuursteen die tot schraapwerktuig lijkt te zijn omgebouwd. Het is misschien een winkeldochter geweest, want er zijn geen slijtagesporen zichtbaar van gebruik. Al met al een veelbelovend begin.


Speuren naar fossiele resten
Foto: Andre Bijkerk


Gevonden, een paardenhoefje
Foto: Andre Bijkerk

Niettemin zijn de volgende trekken wat teleurstellend, niet veel vis, niet veel paleontologisch interessant materiaal. Schipper Maarten de Waal, die op de brug over een ongelooflijke hoeveelheid moderne elektronisch snufjes beschikt, besluit een wat langere trek te doen en ruim een uur wachten we op het volgende resultaat. Dat is er dan ook. Al spoedig gaat er een golf van opwinding door het gezelschap, een reusachtige homp botten in de bakboord bak blijkt een groot deel van een mammoetschedel te zijn. Deze heeft een soort van honingraatstructuur, licht en sterk maar ook kwetsbaar. Kennelijk hebben de kettingen van het net de schedel stukgeslagen, want overal vinden we de fragmenten, een kist vol. Een leuke puzzel voor de medewerkers van het Natuurmuseum waar de reconstructie zal gaan plaatsvinden. In dezelfde partij vinden we ook vier passende schedeldelen van een jonge steppenwisent compleet met hoorns. Eindelijk komen we ergens; de dag is in elk geval geslaagd.


Schedeldelen van een jonge Steppenwisent
Foto: René Bleuanus


Schedeldelen van een jonge Steppenwisent
Foto: Andre Bijkerk


Reconstructietekening van een Steppenwisent door Engelbert van Essen

Zo gaat de expeditie voort. Korren vieren, schoten ontwijken die daarbij alle kanten opvliegen, wachten, en speuren naar de inhoud. Zo vinden we nog diverse mammoet resten waaronder een fragment van een slagtand met een buitengewoon grote diameter alsmede een paardenhoef (Equus caballus).


Best wel zwaar, zo’n stuk mammoet schedel
Foto: Andre Bijkerk

Wanneer we de steven weer wenden naar Stellendam, hebben we tijd om de vondsten te evalueren. De grote hoeveelheid houtresten verwonderd me. Wellicht restanten van vroeg-Holocene wouden. Eén ervan zal worden gedateerd. Ik voorspel 7500-9000 jaar want ik had daarover in dat boek gelezen. Volgens anderen zou het best wel ouder kunnen zijn. We mijmeren over de duidelijk afgebakende tijdsgrenzen van de vondsten. Zo is er niets bekend tussen 28,000 jaar (Late Weichsel) en 10,000 jaar (Pre Boreal). Rond die tijd is er wel een ijsmassa noordelijk langsgetrokken en is het erg koud geweest maar dan zou je toch een enkel rendier of muskus-os verwachten. Ik krijg een inval en besluit uit te zoeken of de “Heinrich gebeurtenissen” er mee te maken kunnen hebben, waarbij kennelijk grote massa’s landijs schoksgewijs in de oceaan zijn gegleden en dit heeft wellicht geleid tot tijdelijke zeespiegelwijzigingen of misschien Tsunamis. Dit zou ook de gelijktijdige aanwezigheid van land en zeezoogdieren kunnen verklaren die van de vroegere periodes bekend zijn. Het is maar een idee. Ook de journalist, Florian Breier, verlangt natuurlijk waar voor zijn geld en vraagt honderd uit aan de paleontologische deskundigen. Het ontgaat hem niet dat het Pleistocene Noordzee klimaat zowel als het Siberische klimaat in de tijden van de mammoetsteppe een permanente bron is van mysterie, verwondering en dispuut. Er valt nog een hoop uit te zoeken.


De kor activiteiten elektronisch vastgelegd,

Uiteindelijk meren we aan stipt op tijd in de buitenhaven van Stellendam; een geweldige ervaring en een schat aan fossiele resten rijker met dank aan de belangeloze ondersteuning van Klaas Post en het blad “Die Zeit/Wissen” en de kundige uitvoering van schipper Maarten de Waal en zijn bemanning Hans ’t Mannetje en Tjerk Molensteeg.


Pronken met de buit.
Foto: René Bleuanus

De fossiele restanten zullen in de komende periode worden geïnventariseerd en gedateerd met behulp van de koolstofdateringsmethode. Daarna volgt de conservering om simpel met behulp van aceton en heldere lijm de resten permanent beschikbaar te maken voor de studie en de reconstructie van het paleontologische verleden van de Noordzee.

<< Terug naar het nieuwsoverzicht