<< Terug naar het nieuwsoverzicht
Vijf dagen lang, 24 uur per dag korren naar mammoeten op de Eurogeul/Noordzee
Van maandag 8 maart tot en met zaterdagmorgen 13 maart 2004 hebben Albert Hoekman van North Sea Fossils (Urk) en Dick Mol van Cerpolex/Mammuthus (Parijs) een expeditie op de Noordzee uitgevoerd met de boomkorkotter “Emanuel” van schipper Maarten de Waal. Het doel van deze expeditie was een grondige zoogdierpaleontologische bevissing van de Eurogeul voor de kust van Zuid-Holland.
Inleiding
De
Eurogeul, de vaargeul naar de Nieuwe Waterweg, voor de kust van Zuid-Holland,
staat bekend om zijn enorme hoeveelheden fossiele resten van mammoeten,
neushoorns, paarden, steppenwisenten, beren, hyena’s en nog veel
meer dieren van de laat-pleistocene Mammoetfauna. Al vele jaren wordt hier
de vaargeul door zandzuigers op diepte gehouden. Vooral grote en zware
resten van zoogdieren, zowel mariene als landzoogdieren, blijven tijdens
het baggerproces op de zeebodem achter. Kleinere boomkorkotters, de zogenoemde
Eurokotters, mogen in dit gebied dat binnen de 12 mijlszone ligt, bevissen.
Zeer regelmatig komen vissers resten van zoogdieren uit het Laat-Pleistoceen
tegen in hun netten. Hun bijvangsten vinden gretig aftrek bij verzamelaars
van fossiele zoogdieren.
Locatie
van de Eurogeul
Expedities
Er
zijn in de afgelopen drie jaren verschillende expedities uitgevoerd op de Eurogeul
die tot doel hadden resten van ijstijdzoogdieren te verzamelen voor wetenschappelijk
onderzoek. In die drie jaren is er niet stil gezeten: zo zijn er vele 14C dateringen
uitgevoerd, is er paleobotanisch-, malacologisch- en zoogdierpaleontologisch
onderzoek verricht. Een deel daarvan is momenteel in verschillende wetenschappelijk
artikelen “in druk”. Wanneer deze werken uit zullen komen is ons
nog niet bekend, maar een daarvan verschijnt binnenkort in een Engelstalig
boek dat modern onderzoek over de prehistorie van de Noordzee weergeeft. Als
deze publicatie uit is zal daarvan zeker kennis gegeven worden op de website
van de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren. Kort samengevat komt het er op neer
dat de verschillende onderzoekers tot de conclusie gekomen zijn dat het gebied
voor de kust van Zuid-Holland in de periode ruwweg tussen 30.000 en 48.000
jaar een mammoetsteppe is geweest waarin de Rijn en de Maas hun delta hebben
gehad. Dit “paradijs” werd op land bewoond door wolharige mammoeten,
wolharige neushoorns, paarden, rendieren, steppenwisenten, muskuossen, reuzenherten,
leeuwen, hyena’s en beren. In de mondingen van ondiepe rivieren zwommen
tegelijker tijd o.a. belouga’s, grijze walvissen, zeehonden en walrussen.
Op de website van de wpz is verschillende keren melding gemaakt van expedities
die uitgevoerd zijn door het Franse Cerpolex/Mammuthus. Cerpolex/Mammuthus
is een onderneming met een wetenschappelijk programma dat gericht is op het
verklaren van het uitsterven van grote zoogdieren aan het einde van het Pleistoceen.
Gezamenlijk
expeditie van North Sea Fossils en Cerpolex/Mammuthus, maart 2004
Begin
dit jaar besloten Albert Hoekman van het bedrijf North Sea Fossils in Urk en
Dick Mol van Cerpolex/Mammuthus een gezamenlijke expeditie uit te voeren. Doel
was om direct na de winter het gebied intensief te bevissen omdat er in de
winter nauwelijks visactiviteiten in het betreffende gebied zijn. De vissen
bevinden zich dan in andere delen van de Noordzee terwijl het winnen van zand
tijdens het uitdiepen van de vaargeul tot een diepte van zo’n 28 meter
beneden de zeespiegel gewoon doorgaat. Het idee was dat de vaargeul vol met
fossiele beenderen zou liggen.
North Sea Fossils in Urk is een bedrijf dat zich bezighoudt met het verwerven van fossiele resten van de Noordzee die door vissers als bijvangsten aan land worden gevoerd. De vondsten kunnen verworven worden door scholen, musea, instituten en geïnteresseerde verzamelaars. Ook leent North Sea Fossils resten uit voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
Voor deze Eurogeul-expeditie die gepland was in een van de eerste, wat weersomstandigheden betreft rustige weken van het jaar, hadden we de Eurokotter Emanuel (GO 33) van schipper Maarten de Waal besproken. Een hele week, vijf dagen lang, dag en nacht zouden we het gebied bevissen. De verwachtingen waren hoog gespannen.
Op maandag 8 maart 2004 voeren we zeer vroeg in de ochtend uit. De weersomstandigheden waren niet de beste: windkracht NO 5-6. De relatief kleine kotter gaat dan aardig te keer op de ruwe zee, bepaald geen pretje. Maar de eerste trekken, een gemiddelde trek van de kotter, met aan weerszijden van het schip 4 meter wijde netten die over de bodem schrapen, vielen niet tegen. Maar liefst twee grote onderkaken van de wolharige mammoet werden de eerste expeditiedag omhooggehaald!
De onderkaak van een mammoet
Foto Persburo Flakkee
De onderkaak van een mammoet
Foto Persburo Flakkee
In totaal hebben wij in die week met de bemanning van de GO 33, bestaande uit Maarten de Waal, Hans ‘t Mannetje en Tjerk Molensteeg, 48 trekken gedaan met een gemiddelde lengte van 8,5 zeemijlen. Dat betekent dat we 408 zeemijlen hebben afgelegd in het vierkant dat circa 4 zeemijlen van Oost naar West en een halve zeemijl van Noord naar Zuid meet. Dit gebied wordt begrensd door de coördinaten: 52° 01’ 206’’ North - 03° 44’ 231’’ East, 52° 00’ 648” North - 03° 44’ 450” East en 52° 02’ 220” North - 03° 52’ 525” East, 52° 01’ 840” North - 03° 52’ 415” East. Het relatief kleine gebied is door de GO 33 van Oost naar West van van West naar Oost, van Noord naar Zuid en v.v. afgekord. Het scherm van de boordcomputer toonde aan het einde van de expeditie een wirwar van strepen, voorstellende onze trekken.
De slagtand van een mammoet, meer dan twee meter lang
Foto Persburo Flakkee
Toen we zaterdagmorgen met de GO 33 de haven van Stellendam binnenliepen, hadden we 18 grote viskisten met beenderen, tanden en kiezen aan dek staan. Daarnaast een groot aantal grote stukken die niet in kisten passen, zoals een ruim twee meter lange slagtand van een mammoet, een gigantisch schouderblad van een grote mammoetstier, bekkens en grote pijpbeenderen zoals de humerus en de tibia. Al met al hadden we zeker niet te klagen. Spectaculaire vondsten als bijvoorbeeld een schedel van een beer of een leeuw of een wolharige neushoorn hebben we helaas niet gedaan. Niet getreurd: er zullen de komende tijd heel wat Eurokotters in het Eurogeulgebied komen om te vissen op tong, schol etc. Ook zij zullen zeker resten van grote ijstijdzoodieren in hun netten krijgen……..
De vangst van de dag
Foto Persburo Flakkee
Zee- en
landzoogdieren
In deze week hebben we resten opgevist van zowel land- als zeezoogdieren.
Nog lang niet alles is gedetermineerd. Eerst moet het materiaal schoongemaakt
worden, vervolgens langzaam gedroogd worden en tenslotte wordt het nog gedompeld
in een bad met een mengsel van velpon en aceton. Dan zal de determinatie van
de skeletresten plaatsvinden. Wel is tijdens de expeditie een voorlopige determinatie
gemaakt van de skeletresten voor het logboek dat we per trek hebben bijgehouden.
In ieder geval hebben we resten van de wolharige mammoet (het meeste materiaal,
zowel heel oude en zeer jonge individuen), de wolharige neushoorn, de steppenwisent,
het wilde paard, het rendier, het reuzenhert, de muskusos, de leeuw, de beer
(vermoedelijk een bruine beer), de belouga en een dolfijn (nog niet op soort
vast gesteld).
Voordat alles geprepareerd wordt met het mengsel van velpon/aceton, zullen verschillende diersoorten waarvan we nog niet veel C14 dateringen hebben, worden bemonsterd. Deze monster zullen aan de Universiteit van Groningen worden onderzocht door de natuurkundige Dr Hans van der Plicht. We zullen met die resultaten een nog beter inzicht krijgen over het gelijktijdig voorkomen van verschillende dieren, zowel die van het land als die in de delta van de Oer-Maas en Oer-Rijn rondzwommen.
Dick Mol & Albert Hoekman, maart 2004.