<< Terug naar het nieuwsoverzicht

Ge meugt wel eens mazzel hebbu
Door Hansjorg Ahrens

Wat een gelukstreffer, dat miljoenen jaren oude schedeltje van een dolfijn dat tijdens een door Naturalis op 29 april gehouden excursie uit de modderspuit van Langenboom in Noord-Brabant kwam. Althans voor mijn Brabantse buurman, die net als ik gretig onder de pijp wachtte op de fossielen die naar onze zeven toezwommen. De dolfijn belandde in zíjn zeef terwijl hij natuurlijk in die van mij terecht had moeten komen. Kennelijk de verkeerde afslag genomen, walvissen schijnen dat wel vaker te doen.

Vanzelfsprekend gun ik mijn Brabantse zoekvriend zijn gelukstreffer: “Ge meugt wel eens mazzel hebbu”. Maar ook van nabij zo’n schitterende vondst meemaken is al een mooie ervaring. Ik ben immers al meer dan twintig jaar met enige regelmaat onder ‘de pijp van Langenboom’ te vinden en heb er dan ook al heel wat uit zien komen. Maar nog nooit zoiets moois en zeldzaams als dat schedeltje van 29 april.

De feiten
Zonder het te weten had meneer de Brabander het negende (!) craniumpje van Protophocaena minima gevonden. Ouderdom: Laat-Mioceen, zo tussen de vijf en tien miljoen jaar oud. Protophocaena was een dolfijnachtige die in de bouw van de schedel gelijkenis vertoont met Pontoporia blainvillei, een rivierdolfijn die in Zuid-Amerika voorkomt. Cetologen delen Protophocaena dan ook in bij de familie Pontoporiidae, meer in het bijzonder bij de subfamilie Brachydelphininae ofwel kortsnuitdolfijnen. Protophocaena heeft inderdaad een kort snuitje, nog korter dan dat van de bruinvis Phocoena phocoena, die in grote aantallen in onze Noordzee rondzwemt. Voor de beroemde walviskenner Othenio Abel was het korte snuitje aanleiding om te veronderstellen dat Protophocaena de voorloper was van de bruinvis en Abel was dan ook degene die Protophocaena minima als nieuwe soort beschreef. Hij deed dat op een van de laatste bladzijden van Odontocètes du Boldérien d’Anvers, een verhandeling uit 1905 waarin hij de tandwalvissen opsomt die in de Miocene zanden onder de stad Antwerpen zijn gevonden tijdens de aanleg van de verdedigingsbolwerken aldaar. Abel baseerde zijn beschrijving op een gerold rostrum (= snuit), het enige fossiel van de soort dat toen op de wereld bekend was.

Vervolgens bleef het een hele tijd stil rond Protophocaena. Tot 1938. In de Needsche Berg bij Neede werd een tweede schedel gevonden, bijna compleet maar heel slecht gefossiliseerd. Overigens is dit schedeltje, dat wordt bewaard in Teylers Museum in Haarlem, pas onlangs als Protophocaena herkend: het is al die tijd versleten voor een klein vinvisje. Maar juist dit schedeltje maakte de overeenkomsten met de Pontoporiidae duidelijk.

In het Natuurhistorisch Museum Boekenberg te Antwerpen werd kort geleden eveneens een schedelfragment herkend als Protophocaena. Ook dit exemplaar is al lang geleden gevonden.


De modderspuit van Langenboom.

In 1997 kwam er in zandwinplas De Kuilen bij Langenboom een nieuwe zandzuiger te liggen. Een grote jongen met krachtige waterjets rond de zuigmond en een loei van een zuig/perspomp. Men ging ook op grotere diepte aan het werk en vanaf 17 meter onder de waterspiegel werden nu dagelijks miljoenen fossielen uit het Mioceen en Plioceen op het land gespoten, waaronder zeer grote hoeveelheden schelpen.

Een mekka voor verzamelaars, die in steeds grotere aantallen rond de spuitmond samendromden in de hoop haaientanden te vinden en dan vooral die ene supertand van Carcharocles megalodon, de grootste roofhaai die ooit geleefd heeft. Zo spuugde de pijp op een goede dag ook een schedeltje van Protophocaena uit. Een fragment, maar toch: dus ook Protophocaena minima in Langenboom! Ik was de gelukkige vinder.

Tochten langs verzamelaars leerden mij dat er her en der in collecties exemplaren aanwezig waren. Ze leidden een zwijgend bestaan want werden niet herkend. En het waren allemaal fragmenten, maar toch: Langenboom begon zich zo langzamerhand te ontpoppen tot een belangrijke plek voor het schrijven van de evolutiegeschiedenis van Protophocaena. Inmiddels stond de Langenboomse Protophocaena-teller op vijf schedeltjes. De schedeltjes duiden er op dat de Pontoporiidae in het Mioceen een trans-Atlantische verspreiding hadden en meer een bestaan op open zee leidden in plaats van in riviermondingen.

Vrijdag 29 april kwam de klap op de vuurpijl: juist toen we een excursie met stagiairs hielden kwam het zesde Langenboomse exemplaar aan het licht. Zeer compleet en ‘scherp’. Het is een voor de wetenschap zeer belangrijk stuk omdat details die op de andere fragmenten missen op deze schedel te zien zijn. En alles wat op de andere fragmenten aanwezig is, is nu in één exemplaar verenigd.


De bovenzijde van de schedel ...


... en de onderzijde.

De bekende vishandelaar en zeezoogdierdeskundige Klaas Post uit Urk heeft samen met Dr. Olivier Lambert van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel een studie over Protophocaena afgerond. Het resultaat van hun studie en de melding dat Protophocaena geen bruinvis maar een rivierdolfijn is, wordt dit jaar in Deinsea gepubliceerd. De vondsten van Langenboom hebben veel toegevoegd aan de kennis van dit beestje, maar nog steeds blijven er vragen over sommige schedeldetails.

In een eerste reactie liet Klaas weten de vondst ‘geweldig’ te vinden. Post en Lambert zijn van plan de schedel te bestuderen. Dat wordt vergemakkelijkt door het feit dat de vinder (René van Leer) de schedel inmiddels in bewaring heeft gegeven van museum De Groene Poort in Boxtel. Het fossiel is daardoor toegankelijk voor onderzoek. Overigens was René direct nadat hij zijn vondst had gedaan door het dolle heen en wist hij niet hoe snel hij naar huis moest komen om daar zijn gelukstreffer te laten zien. Had ik ook gedaan, want er zal heel wat modder door de pijp moeten stromen voor er weer iets uitkomt dat dit fossiel kan evenaren.

Mocht u geïnteresseerd zijn in de wordingsgeschiedenis van deze unieke en bij Langenboom zo vaak voorkomende walvisachtige dan is een bezoek aan de volgende WPZ-bijeenkomst (18 juni in Asten) aan te bevelen. Klaas Post houdt dan een spreekbeurt over de zoektocht naar de ware identiteit van deze dolfijn.


Met dank aan Klaas Post voor review en aanvullingen.

<< Terug naar het nieuwsoverzicht