Werkgroep Pleistocene Zoogdieren random header image

Een nog vervaarlijker sabeltandkat

22 oktober, 2008 · 7 Reacties · Pleistocene zoogdieren in het nieuws

Analyse van fossielen laat zien dat er een derde, nieuw type sabeltandkat een miljoen jaar geleden de Amerika’s onveilig maakte. In plaats van in de nek te bijten en de grote aderen door te snijden, doodde deze kat zijn prooi door grote stukken vlees af te bijten.

Alle moderne katten, van lapjeskatten tot tijgers, hebben kegelvormige incisieven en caninen voor in hun gebit en ze zijn relatief lenig. Maar de uitgestorven sabeltandkatten waren anders.

Voorheen werden de sabeltandkatten opgesplitst in twee morfotypen, of combinaties van lichaamstype en gebitsvorm, zegt Virginia Naples, een vertebraten paleontoloog van de universiteit van Northern Illinois. Een groep, de katten met kegelvormige tanden, hadden een stevig lichaam, korte poten en lange, smalle gekartelde hoektanden in hun bovenkaak. De katten in de andere groep, de katten met zijdeling afgeplatte hoektanden, waren slanker, hadden langere poten en hun hoektanden waren ook gekarteld, maar relatief korter en breder dan die van de katten met kegelvormige hoektanden.

Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Society of Vertebrate Paleontology, op 18 oktober, stelden Naples en haar collega’s een nieuwe, derde groep van sabeltandkatten voor: een stevig gebouwde kat waarvan alle tanden, niet alleen de hoektanden, waren gekarteld. De analyse van de fossielen van deze nieuwe katten wijst erop dat de tanden van de bovenkaak precies in de tanden van de onderkaak vielen, waardoor een nette, vrijwel ononderbroken beet gemaakt kan worden. De onderzoekers noemen het nieuwe morfotype “cookie-cutter cats”.

De enorme hoektanden en voortanden van Xenosmilus Hodsonae produceerden perforaties op gelijke afstanden van elkaar. De tandafdruk is rechtsboven te zien. De tandafdrukken rechtsonder zijn van Smilodon fatalis, een kat met kegelvormige hoektanden (foto: Martin et al.)

De fossielen die deze nieuwe kat representeren behoren tot de soort Xenosmilus hodsonae, een dier dat ongeveer een miljoen jaar geleden leefde. De overblijfselen van het dier werden gevonden in wat nu noordelijk Zuid Amerika en het zuidoosten van de Verenigde Staten is. Er wordt aangenomen dat de kat ook in het tussengelegen gebied heeft geleefd. Het dier, dat voor het eerst werd beschreven in 2000, heeft ongeveer dezelfde afmetingen en vorm als een moderne reuzenpanda, zegt Naples. De botten van Xenosmilus waren langer dan die van andere sabeltandkatten en analyse suggereert dat de voorpoten van de “cookie-cutter” katten een groter bewegingsbereik hadden, waardoor ze effectiever hun prooi konden grijpen en vasthouden. “Dit was de sumo-worstelaar onder de grote katten,” aldus Naples.

Naast een robuust lichaam, beschikte Xenosmilus ook over een verwoestende set tanden. Zoals bij de andere sabeltandkatten waren de hoektanden lang, robuust en gekarteld. In tegenstelling tot de andere katten waren de voortanden van Xenosmilus groot en gelijk verdeeld over de voorkant van de bovenkaak, zegt Larry Martin, vertebraten paleontoloog van de universiteit van Kansas en co-auteur van het rapport. Omdat de lengte van de voortanden varieert wordt de volle kracht van de beet geconcentreerd op slechts twee tanden tegelijkertijd. Dit maakte het gemakkelijker om door de sterke huid van prooidieren heen te bijten.

Terwijl andere sabeltandkatten hun prooi doodden door in de nek te bijten en daarbij de grote bloedvaten te doorsnijden, beten cookie-cutter katten waarschijnlijk een vuistdik stuk vlees uit hun prooi, waardoor enorm bloedverlies optrad en het slachtoffer binnen 10 seconden in shock werd gebracht, zegt Martin. Deze techniek, plus de stevige bouw van de kat, wijst erop dat de cookie-cutter kat jaagde vanuit een hinderlaag, in plaats van de prooi over lange afstanden achterna te jagen.

“Deze kat kon met gemak alles wat hij te pakken kon krijgen vasthouden en neerhalen,” zegt Christopher Shaw, vertebraten paleontoloog van het Natuurhistorisch Museum van Los Angeles County. Dat, samen met het vermogen om grote stukken vlees af te bijten, zou een zeer effectieve combinatie tegen elk prooidier geweest zijn.

Bron: ScienceNews

7 reacties tot nu toe ↓

  • 1 Wilrie van Logchem // okt 31, 2008 at 03:32 pm

    In de 3de alinea staat geschreven “… kegelvormige tanden …”, dit is onjuist. Alle vertegenwoordigers van de (onderfamilie) Machairodontinae of echte sabeltandkatten, waartoe het genus Xenosmilus behoort, hebben als typisch kenmerk zijdelings afgeplatte hoektanden. Uitsluitend moderne katten (onderfamilie Felinae) zijn in het bezit van kegelvormige hoektanden.
    5de alinea: Ook trek ik in twijfel dat de botten in de ledematen van Xenosmilus langer waren als in ALLE andere sabeltandkatten. De voorpoten van met name Homotherium waren absoluut langer. Overigens behoren beiden tot hetzelfde tribus. Xenosmilus bezit enkele reuzenpanda-achtige kenmerken in de ledematen.

  • 2 Karel de Lange // jan 19, 2010 at 06:49 pm

    De sabeltandtijger

    Bij de sabeltandtijger loop ik zowel in de documentaires en als in de verslagen telkens weer tegen deze vraag aan:

    “En wat heeft hij nou eigenlijk gegeten met die rare, kwetsbare hoektanden van hem?”

    De vraag is echter niet wat hij met deze “wapens” at maar veel meer wat voor functie hadden ze om zijn dagelijkse portie voedsel te verorberen. De sabeltandtijger leefde in de wereld van mammoets en de wolharige neushoorns. Ik heb zelfs uit een documentaire van de NGC begrepen dat één soort van de sabeltandtijgers uitsluitend mammoets op het menu had staan.
    Ik elk geval behoorden de mammoets en de wolharige neushoors tot machtige zoogdieren die door een katachtige niet met één spectaculaire aanval naar de grond gebracht kunnen worden om vervolgens de keel dicht te knijpen en de prooi door verstikking om het leven te brengen. Bij deze manier van doden blijft het bloed in het vlees en voorziet zo de katachtigen van de nodige mineralen etc. die ze niet via plantaardige stoffen naar binnen krijgen. Hondachtige roofdieren doen zich daarom vaak eerst te goed aan de reeds verteerde plantaardige resten in de maag (en) en ingewanden van hun prooi.

    De sabeltandtijger doet echter qua bouw eerder aan een hondachtig dan aan een katachtig roofdier denken. Er is dan ook alles voor te zeggen dat zijn jachtgedrag meer hondachtig dan katachtig is. Derhalve zal hij er wellicht eenzelfde jachtmethode als de wolven op na gehouden hebben. Overigens ook logisch want mammoets en de wolharige neushoorns zijn geen dieren met een snelle sprint en snelle wendingen. Zij moesten juist door vermoeiing ten prooi vallen. En dat deed een roedel sabeltandtijgers door ze, net als de wolven, dodelijk vermoeid op te drijven en dan tot de aanval over te gaan.

    Vervolgens is het van belang te kijken waar de zwakke punten van de mammoets cs liggen en met welke “wapens” zijn natuurlijke vijand, de sabeltandtijger, is uitgerust om de prooi te veroveren. En die zwakke punten liggen bij de mammoets in zijn poten. Ten eerste zijn de poten van een mammoet, net als bij de olifant, niet geconstrueerd om zich effectief te verdedigen en na een vermoeiende jacht zal de kracht ook aanmerkelijk zijn afgenomen. Van dat moment maakt de sabeltandtijger effectief gebruik.

    De sabeltandtijger is uitstekend uitgerust om met zijn lange slachttanden en zijn onderkaak de ruimte tussen het bot en de pezen te doorboren. De gekartelde achterkant van de lange slachttanden is vervolgens prima geschikt om de draadachtige structuur van de pezen als het ware door te zagen. Dit effect van het zagen, wordt nog versterkt als de mammoet probeert om zijn belager af te schudden. Daarmee is de mammoet ten dode op geschreven en kan de roedel, als de mammoet met doorgesneden pezen onder zijn eigen gewicht bezwijkt, tot de definitieve aanval overgaan.

    Citaat:
    Research in 2007 concluded that Smilodon more probably used its great upper-body strength to wrestle prey to the ground

    Om te worstelen, zal de Smilodon eerst houvast moeten hebben en die zal hij met zijn bek moeten maken. En daar zit nu net zijn achillespees. Met deze bek kan hij geen houvast in spieren krijgen. Bovendien is dat effect met hooguit 300 kilo van de Smilodon op een kolos van 4-8 ton en 3 meter hoog niet bepaald een effectieve worstelpartij. Houvast om een poot verkreeg hij mede door de sterk ontwikkelde duimklauwen aan de voorpoten.

    De enorme zijwaarts en sterk gebogen slagtanden van de mammoets verklaren wellicht meer.

    Om zijn belagers bij zijn poten weg te houden, moest hij zijn kop omlaag en zijwaarts brengen en dan staan de slagtanden precies in positie om de sabeltandtijger (s) in de buik proberen te raken en te doorboren. De slurf zou bij een aanval op de achterpoten wellicht een rol spelen. In elk geval zijn deze slagtanden niet bepaald effectief bij een aanval op de nek of de strot.

    De mammoets hebben er vermoedelijk eenzelfde kudde-en familieband op nagehouden als de olifanten en dan is het niet uitgesloten dat de kudde elkaar hielp om de belagers bij de achterpoten weg te houden.

    Ook dat verklaart de sterk zijwaarts en gebogen slagtanden want daarmee beschadigen ze de ander niet als ze een uithaal naar diens achterpoot maakten om een sabeltandtijger te raken.

    Afgezien van het feit dat de sabeltandtijger geen snelle wendingen hoefde te maken en daarom geen lange staart had, bood de korte staart ook andere voordelen.

    De hoge voorhand biedt hem mogelijkheid om voor staand en achter laagliggend de poot van de mammoet vast te pakken Hij kan dan gemakkelijk zijn lichaam wenden als de mammoet met zijn slagtanden en slurf uithalen maakte en toch bijna zijn volle gewicht gebruiken om de poot eerst met zijn voorpoten en de sterk ontwikkelde duimklauwen vast te pakken en vervolgens zijn bek in de poot te zetten. Daarbij moest hij zijn lichaam zoveel mogelijk onder dat van de mammoet trachten te houden om de slagtanden te ontwijken. Een lange staart zou daarbij hinderlijk zijn en zou hij zelfs het risico lopen dat de mammoet er met zijn andere voor - of achterpoten op ging staan en dan waren de rollen omgedraaid

    Karel de Lange
    06 5313 9879

  • 3 Klaas Post // feb 7, 2010 at 10:55 am

    Hallo Mensen,

    Niet gehinderd door enige wetenschappelijke kennis van deze beesten blijf ik alle verklaringen maar onpraktisch en onlogisch vinden. Elke actieve jachtmethode (nekbeet, keelbeet, vleesbeet) maakt dat de sabeltandkatten van het tribus waar ook Homotherium toe behoorde, elke keer maar weer hun kwetsbare canines op het spel zouden zetten. Fossielen van die uiterst lange en dunnen canines zijn echter vrijwel nooit gebroken of beschadigd.
    Waarom zou Homotherium geen luiaard en lafaard zijn? Dit slag jagers wachtte rustig af tot leeuwen, hyena’s of wolven het zware werk hadden gedaan en kwamen daarna op hoge poten en met ontblote canines op de proppen. De grotesque en totaal ondoelmatige canines werden dus SLECHTS gebruikt om andere carnivoren te imponeren. Nadat de totaal gefrusteerde leeuw of hyena zijn prooi had verlaten, waren de canines van de onderkaak en de zeer forse en vooruitstekende incisiven - in combinatie met de vreemde zware en vooral hoge voorhand - uitermate geschikt een (zware) prooi te liften en weg te slepen naar rustiger oorden.

    Klaas Post

  • 4 jaron // apr 19, 2010 at 02:34 pm

    hoi ik hou mijn werkstuk over de Sabeltandtijger!! IK heet JAron

  • 5 Arthur Reinink // apr 19, 2010 at 10:00 pm

    Leuk Jaron! Heel veel succes!

    Net als Klaas niet echt gehinderd door wetenschappelijke kennis, vraag ik me het volgende af: Is er wel eens een vergelijkend onderzoek geweest naar vorm en functie van de hoektanden van de sabeltandkatten met die van de nevelpanter?

    Natuurlijk, er zijn heel wat verschillen. De nevelpanter is niet direct verwant aan de sabeltandkatten en een stuk kleiner. Ook zijn zijn hoektanden kegelvormig en niet zijdelings afgeplat. En er kunnen meer verschillen genoemd worden. Maar interessant zijn de overeenkomsten. Van de huidig levende katachtigen hebben nevelpanters in verhouding tot hun lichaamsgrootte de grootste hoektanden. Joekels van tanden die uit het tandvlees steken. Bovendien zijn die aan de achterzijde -dat gegeven kwam ik tenminste tegen in de literatuur, ik heb dat zelf niet kunnen verifiëren- eveneens scherp.

    Een dergelijk vergelijkend onderzoek naar analogieën geeft beslist geen uitsluitsel, maar kan mijns inziens wetenschappers op weg helpen in het proces van theorievorming over jacht- en eetgedrag van sabeltandkatten.

  • 6 WDR Kauffmann // apr 24, 2010 at 08:53 am

    Hoe zit het eigenlijk met de herseninhoud/vermoede intelligentie van deze lompe poezen? Gaven ze eigenlijk wel kopjes- en zo ja: aan wie en indien neen in genoemde gevallen, waren ze ook niet de moeite waard om levend te bewaren.. Iets serieuzer i.v. hiermee, las ik ergens- en helaas weet ik niet meer precies in welk wetensch. tijdschrift-, is hun morphologie en dna meer hyena- dan katachtig. Bekend i.i.g. is dat hyena’s dichter bij de poes- dan bij de hondheid staan.

  • 7 Sander Schouten // apr 24, 2010 at 11:15 pm

    Volgens mij is er ook nog niets bekend herseninhoud/vermoedelijke intelligentie van Sabeltandkatten. Zover ik weet in ieder geval.

    Maar ik ben het niet helemaal eens met dhr. Klaas Post. Ik weet dat ik (veel) minder evaring heb met deze dieren maar te kijken naar de anatomie en omgeving van het dier lijkt het me niet echt een aaseter.

    Het belangrijkste argement hiervoor is dat het voor een aaseter cruciaal is om het voedzame merg uit de botten te kunnen halen zoals hyena’s, de Reuzen-Kortsnuitbeer en andere aaseter. Deze dieren hebben een compactere kaak dat ze in staat stelt om deze botten te kraken. Homotherium en andere Sabeltandkatten kunnen dit juist niet door hun kenmerkende tand dat hiervoor te breekbaar is.

    Een ander tegenargument is het feit dat in ieder geval in Noord-Amerika zo’n rond die tijd de Reuzen Kortsnuitbeer (Arctodus simus) de rol had als topaaseter en ze elkaar dus doodconcurrerden.

    Ik ben het wel eens met het feit dat de incisiven hielpen met het verslepen van de dieren. Hiervan is bijvoorbeeld bewijs gevonden in een grot in Florida. Dit zou kunnen wijzen op een leefwijze dat veel lijkt op dat van de Europese Grottenleeuw.